Methodologie in beweging

Methodologie in beweging

Catherina Wilson 

In de laatste jaren heeft de migratie- en vluchtelingenproblematiek steeds meer aandacht gekregen. Hierin is het geschetste beeld van een eenzijdige migratiestroom (naar Europa toe) onvolledig. Andere migratiestromingen, zoals bewegingen binnen de continenten zelf, zijn onderbelicht. Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie wordt 80% van de vluchtelingen in de wereld in de buurlanden van conflictgebieden opgevangen. Oeganda is bijvoorbeeld, met maar liefst 1,2 miljoen geregistreerde vluchtelingen, het land dat de meeste vluchtelingen in Afrika opvangt. 

Tijdens mijn promotieonderzoek (2012-2019) heb ik me op deze ‘interne’ vluchtelingen gericht, met name bewoners van Centraal-Afrika die na de staatsgreep van 2013 op de vlucht zijn geslagen en hun toevlucht in het naburige Congo-Kinshasa hebben gezocht. Vijf jaar lang heb ik hun bewegingen gevolgd. Ik heb hun vluchtroutes bestudeerd en ik heb de belangrijke beslissingsmomenten in dit proces met hen besproken. Ook heb ik hun aanpassingsvermogen en overlevingsstrategieën in een voor hen vreemde omgeving geobserveerd. De levensverhalen van deze vluchtelingen heb ik vergeleken met levensverhalen van oudere generaties vluchtelingen uit hetzelfde gebied, waardoor ik er ook een historische context in kon aanbrengen. Wat de verhalen van de twee generaties vluchtelingen delen is mobiliteit, over (nationale) grenzen heen en weer. 

Als onderzoeker dien je bereid te zijn onverwachts te bewegen

In het onderzoek liet ik mij inspireren door drie methodologische stromingen: biografische narratieven, of oral history (mondelinge geschiedenis), fenomenologie (ervaring) en mobiele methoden. Samen stellen ze de levensverhalen van mobiele individuen en hun verschillende mobiliteitslagen (fysiek en niet fysiek) centraal. Om mobiliteit te kunnen begrijpen moet je als onderzoeker idealiter ook mobiel zijn. In eerste instantie is fysieke beweging een middel om gegevens te verzamelen. Dit vergt middelen en flexibiliteit van de onderzoeker en haar begeleiders. Levenspaden van individuen op de vlucht volgen veelal niet één rechtstreeks traject van A naar B, maar zijn verstrikt in heen-en-weer-bewegingen, pauzes, zigzag-routes en onverwachte wendingen. Zo moet ook de onderzoeker bereid zijn om onverwachts te bewegen, op andere momenten juist te wachten of een alternatieve weg durven inslaan. Maar dan altijd met het bewustzijn dat, ook al volgt de onderzoeker dezelfde route als de onderzochte, zij nooit dezelfde reis kan afleggen. Onderzochte en onderzoeker zijn namelijk onderhevig aan verschillende bewegingsnormen of ‘zo genaamde’ mobility regimes (Glick Schiller & Salazar, 2013). 

Maar er is ook mobiliteit in de geest nodig: a nomadic mind

Fysieke mobiliteit maakt ook ruimte voor niet-fysieke vormen van mobiliteit. Het laatstgenoemde omvat het emotioneel ‘bewogen’ worden of ontroerd zijn door wat we, als onderzoekers, maar ook als menselijke wezens in het veld tegenkomen. In kwalitatief onderzoek kan emotie worden omarmd om een context of een groep beter te begrijpen; niet alléén door ze te ondervragen of ze te observeren, maar door te voelen, ontroerd te worden en mee te leven. Omdat emoties vaak binnen een dialectisch proces tot stand komen, zijn niet alleen de emoties van de onderzochte, maar ook van de onderzoeker informatief. Onze eigen angsten, frustraties, momenten van blijdschap en verdriet tijdens het veldwerk duiden op waarheden die soms moeilijk in woorden tijdens interviews uit te leggen zijn. Onderzoekers observeren niet enkel met hun ogen, maar ook met de andere zintuigen en zelfs door de lens van emoties. Door emoties toe te laten, laten we een stroom aan informatie toe, en dus ook data, in de fenomenologische zin. Deze laag zou anders verloren gaan. Maar het vergt moed om emoties toe te laten binnen de vaakstrakke muren van de academie. 

Emoties brengen onderzoekers dichter bij de leefwerelden van de mensen over wie ze schrijven, onze zogenaamde ‘informanten’. Ook hier staat mobiliteit centraal – vooral mobiliteit in de geest, een nomadic mind (Hazan & Hertzog, 2012) – in de zin van het creëren van kennis met intellectuelen van binnen en buiten de universiteit. Naast onderzoekers spelen ook kunstenaars, journalisten, activisten, muzikanten, mensenrechtenverdedigers en vele anderen  een rol in deze kennisproductie en kunnen ook zij  epistemologische ‘co-creators’ (met andere woorden: partners in de kenniscreatie en informatievoorziening) worden. 

Binnen mijn eigen onderzoek hebben mobiliteit en co-creatie mij ertoe gezet om niet louter over anderen, maar ook samen met anderen te schrijven (Ingold, 2017). Zo hebben sommige vluchtelingen en co-creators blogs of liederen geschreven, andere hebben geschilderd. Mobiliteit, in de brede zin van het woord, heeft mij ertoe gedwongen om na te denken over onze rol als onderzoekers, over hoe wij (vaak in een westerse traditie opgeleid) een meer alomvattende kennisproductie kunnen omarmen, faciliteren en zelfs, in een zekere zin, hoe wij als onderzoekers overbodig worden. Het vergt een nomadic mind om over een nieuwe rol voor de onderzoeker binnen een inclusieve academische omgeving na te denken, als co-createur en bruggen bouwer. In tijden waarin diversiteit, dekolonisatie en restitutie centraal staan, kunnen we als academici deze debatten niet uit de weg gaan, integendeel, het vergt een nomadic mind om ze te omarmen. 

In september 2019 verdedigde Catherina Wilson haar proefschrift ‘Conflict (im)mobiles: Biographies of mobility along the shores of the Ubangi River in Central Africa’. Ze werkt als onderzoeker en docent bij het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden. Haar interesses omvatten onder meer mobiliteit en stedelijke cultuur in Centraal- en Oost-Afrika, alsook inclusieve methoden van kwalitatief onderzoek. 

Literatuur

Glick Schiller, N., & Salazar, N.B. (2013). Regimes of mobility across the globe. Journal of Ethnic and Migration Studies, 39(2), 183-200. https://doi.org/10.1080/1369183X.2013.723253

Hazan, H., & Hertzog, E. (2012). Introduction: Towards a nomadic turn in anthropology. In Serendipity in anthropological research: The nomadic turn (pp. 1-12). London: Routledge.

Ingold, T. (2017). Anthropology contra ethnography. HAU: Journal of Ethnographic Theory, 7(1), 21-26. 

 

Wil je reageren? Of ook een blog schrijven? Mail je idee naar Ilse van Liempt (i.c.vanliempt@uu.nl)