Kwalitatieve Onderzoeksprojecten begeleiden ten tijde van een lock-down

Leon Klomp

Het is begin maart 2020 wanneer ik voor het eerst contact maak met mijn groep pre-master studenten. In het kader van onderzoeksmethoden volgen zij een crash course kwantitatieve en kwalitatieve methoden met in de maand februari een kennismaking met het kwantitatieve deel. Wanneer ik ze voor het eerst tref, zie ik de standaard gezichten van mensen die verslagen zijn door cijfers, toetsen en berekeningen. “Tof!” hoor ik mezelf nog zo zeggen “en dan laat ik jullie nu vijf weken de andere kant van het verhaal zien! Een focus op perspectieven en ervaringen. Laat die cijfertjes maar even gaan!”

Op dat moment was al enige tijd in het nieuws dat het corona-virus de wereld in zijn grip had, maar door naïviteit en blissful ignorance was ik ervan overtuigd dat ik mijn studenten gewoon op pad kon sturen om kwalitatieve data te verzamelen. Systematische observaties in de publieke ruimte, een paar diepte-interviews met bewoners rondom het thema Krimpregio’s, en een eindtoets – dat moest toch goed gaan komen? Met veel enthousiasme geef ik ze hoorcolleges en opdrachten rondom de twee methoden. Half maart liggen de observatie-protocollen en interview-topiclijsten klaar.

En dan komt ineens die befaamde persconferentie op 12 maart 2020 van Mark Rutte die het hele land overhoop gooit. Mijn mailbox zit de volgende dag – terecht – overvol met vragen. Ik probeer de meeste te beantwoorden, maar ik ben ook eerlijk over het feit dat ik zelf ook met allerlei vragen zit. Middels e-mails, berichtjes op Blackboard en live bijeenkomsten in MS Teams probeer ik de vervallen colleges en bijeenkomsten te ondervangen. Het doet me deugd om te zien dat van de vijftig studenten slechts enkelen niet deelnemen. Oké, communicatie is opgelost, maar de olifant in de kamer blijft. De grote vraag bleef immers wat te doen met de kwalitatieve dataverzameling. Gaan observeren ter plekke werd afgeraden, face-to-face interviews afnemen was niet meer mogelijk.

Juist hier dook echter de kracht van kwalitatief onderzoek op: het reflexieve, het flexibele, het iteratieve (zie bijvoorbeeld Dowling, Lloyd, & Sunchet-Pearson, 2018a; 2018b)! Al snel lichtte ik de studenten in dat naast observaties en interviews er meer kwalitatieve methoden bestaan, waaronder bijvoorbeeld de kwalitatieve inhoudsanalyse. Focus van de onderzoeksvraag aanpassen, theorie aanvullen, methode aanscherpen, en vooral niet zomaar ideeën en concepten overboord gooien. Snel vier nieuwe e-lectures opgenomen over omgang met kwalitatieve data en inhoudsanalyses, een regen aan digitale adviezen, en vooral het benadrukken van flexibiliteit in het verzamelen van data. Ik herinner me dat ik in 48u de cursus volledig omgegooid heb om de onderzoeken naar perspectieven en ervaringen toch te laten doorgaan. Het voelt op recht alsof het maanden geleden was: Denk vanuit de vraag! Al data? Houden! Geen data? Aanvullen met inhoudsanalyses van beleid, nieuws en/of interviews! “Wees vrij en creatief” schrijf ik enkele keren in berichten, en “vind iets dat past bij jouw onderzoek!”

Foto: Studenten zouden voor de opdracht het fenomeen krimp gaan observeren en bevragen.

Die nacht zit ik ineens rechtop in bed, want hoe gaat dit landen bij studenten? Zadel ik ze niet ineens met extra en te moeilijk werk op? Met spanning open ik de dag erna mijn mailbox, en inderdaad, rond het middaguur verschijnen de eerste berichten. Ik klik ze met het hart in mijn keel open, maar verrek, vooral positieve berichten. Ongeveer de helft blijkt zelfs al uit eigen initiatief creatieve stappen te hebben ondernomen: inhoudsanalyses van lokale beleidsplannen, analyses van bestaande YouTube-interviews, en telefonische interviews. Ik blijk me zorgen te hebben gemaakt om niets, en studenten blijken de nieuwe uitdaging juist te waarderen. Wel wordt er opgemerkt dat de opdracht wat lastiger is geworden, en dat studenten het zonde vinden dat onderzoeken niet helemaal zuiver uitgevoerd kunnen worden:

“De keuze om het onderzoek aangepast uit te voeren met een inhoudsanalyse veranderde de manier van dataverzameling, nu afkomstig uit secundaire bronnen zoals; beleidsdocumenten en nieuws-artikelen. Een nadeel hiervan is de beperkte aanwezigheid van bruikbare data en de eventuele achterhaaldheid van bronnen.”

Die kanttekeningen worden gedeeld door anderen, hoewel het gewaardeerd wordt dat we als docenten flexibel en snel handelen:

“Beide docenten hebben hun uiterste best gedaan om ondanks de crisis de studenten zonder studievertraging door te laten werken. Zeker bij een vak als kwalitatief onderzoek, waarbij nu eenmaal veelal contact en interactie benodigd is, was dit geen gemakkelijke taak. Het is jammer dat het onderzoek niet uitgevoerd kon worden als beoogd, maar desondanks heb ik veel plezier gehad aan het vak.”

In de weken erna snak ik naar meer feedback op de plotselinge omwentelingen, want ik lees toch ook over spanningen en paniek. Zo maakte ik de keuze de eindtoets te vervangen voor een take-home tentamen, wat wisselend werd ontvangen, want hier hadden studenten immers niet op gerekend, en niet iedereen heeft een prettige werkomgeving thuis. Ik probeer iemand gerust te stellen die aangeeft moeite te hebben met take-home tentamen:

“Ik heb een klein trauma aan take home exams, waarbij ik bij een normaal examen denk dat het met goede inzet en leerstrategie wel moet gaan lukken, vrees ik het ergste bij een take home exam.”

Uiteindelijk haalt de student een ruime voldoende, en laat weten blij te zijn met het resultaat. Er volgen verschillende algemene reacties over de cursus waarin studenten laten blijken waardering te hebben voor hoe de situatie door het onderwijs wordt aangepakt, wat mij motivatie geeft het afstandsonderwijs met volle moed door te zetten tot de zomer:

“In het algemeen heb ik de cursus als zeer prettig en leerzaam ervaren, zowel het methodologie gedeelte als het kwalitatieve gedeelte. Het is een goede afwisseling tussen projecten en toetsen. Daarnaast mijn complimenten hoe er is gecommuniceerd over de gevolgen van het COVID-19 virus voor de cursus en de uiteindelijke invulling voor het afleggen van het tentamen vanuit huis. Het dwingt ons om pragmatisch te denken.”

De moraal van het verhaal? Als we van studenten vragen reflexief, flexibel en iteratief te zijn, moeten we dat als docenten ook zijn. Onderwijs rondom kwalitatieve methoden leent zich hier perfect voor. Het vraagt wel om wat lef en inlevingsvermogen, zowel van de docenten als de studenten. Ik hoop dat we dat stukje lef en inlevingsvermogen vasthouden tot ver na de zomer, want zelden zijn er zoveel creatieve, innovatieve en ronduit leuke ideeën bedacht dan tijdens deze toch donkere tijd. Laat we vooral de focus blijven leggen op die positieve silver lining, en laat de waardering voor kwalitatief onderzoek hier nog sterker uitkomen dan deze al was.

Leon Klomp is docent Sociale Geografie en Planologie aan de Universiteit Utrecht. In het kader van Kwalitatieve Onderzoeksmethoden begeleidt hij een groep pre-master studenten bij de voorbereiding op hun master.

Literatuur:

Dowling, R., Lloyd, K., Sunchet-Pearson, S. (2018a). Qualitative methods 1: Enriching the interview. Progress in Human Geography 2016, 40:5 679–686

Dowling, R., Lloyd, K., Sunchet-Pearson, S. (2018b). Qualitative methods III: Experimenting, picturing, sensing. Progress in Human Geography 2018, 42:5, 779–788

Wil je reageren? Of ook een blog schrijven? Mail je idee naar Ilse van Liempt (i.c.vanliempt@uu.nl)