Focusgroepen via WhatsApp: Praktische ervaringen vanuit onderzoek met volleybalteams

Jurre Nawijn & Hanna Carlsson

Het is iets wat de Tukker niet direct beseft, maar Twente is verreweg de meest volleybal liefhebbende regio van het land. Als volleyballende Brabander keek ik de eerste jaren dat ik hier woonde mijn ogen uit. (…) Waar in Twente wordt gevolleybald, daar is het druk.’ 

Volleybalster Kim de Wild, Almelo’s Weekblad, 18 februari 2020

Foto: Ewald Reinders

Hoe beïnvloedt de plaats van een volleybalvereniging de motivatie bij volleybalsters? Dat was de onderzoeksvraag van een bachelorscriptie sociale geografie aan de Radboud Universiteit. Om deze vraag te beantwoorden wilde we focusgroepen houden met dames uit een van de vele succesvolle volleybalverenigingen, gevestigd in Twentse dorpen. Door de pandemie konden er geen face to face focusgroepen plaatsvinden, dus moesten we op zoek naar alternatieven. Hierbij was het op basis van crowdsourcing opgestelde document van prof. Deborah Lupton (2020) een uitkomst. Kwalitatieve onderzoekers wereldwijd hebben daarin ervaringen en bronnen gedeeld over online methoden zoals facebookgroepen, videobellen, online surveys, enzovoort. We kozen ervoor om de focusgroep te faciliteren op het online discussieplatform WhatsApp.

Focusgroep via WhatsApp

Ten eerste werd WhatsApp gebruikt door de volleybalsters, waardoor we verwachtten dat de communicatie op een natuurlijke manier kon doorgaan. Voor jonge vrouwen zou appen flexibel en toegankelijk zijn, en er is minder kans op technologische problemen die vaker voorkomen bij videobellen. Ten tweede hoefden we dan niet een specifieke datum en tijd af te spreken: deelnemers konden appen wanneer het voor hen uitkwam, waardoor het werven van deelnemers waarschijnlijk makkelijker verliep. Ten derde biedt het WhatsApp-format de mogelijkheid om de discussie te laten doorgaan over een langere periode. Daardoor is er meer ruimte voor reflectie voor deelnemers én als onderzoeker, en er is meer ruimte om door te vragen, ook op een latere moment. Zodra je merkt dat je iets mist in jouw data of dat je met een vraag zit die je eigenlijk nog had willen stellen, kun je deze nog gemakkelijk voorleggen. Zo hebben we enkele vragen naar de groep gestuurd nadat de officiële focusgroep geëindigd was. Op deze manier kon dit de data juist ook verdiepen en versterken.

Zo is ervoor gekozen om een week lang elke dag één à twee vragen te posten over de beweegredenen van volleybalsters om in Twente te gaan spelen, en hun ervaringen daarmee. De volleybalsters hebben in hetzelfde team gespeeld en kenden elkaar daarom goed. De hoofdonderzoeker is zelf afkomstig uit Twente en volleyballer, en ben al bekend met het team. Terwijl het verlies van groepsdynamiek een nadeel kan zijn van WhatsApp-focusgroepen, hadden we dus al inzicht in de hiërarchie en het jargon waarvan sprake kon zijn. Omdat de hoofdonderzoeker naast volleyballer ook volleybaltrainer is van een damesteam, beschikte hij ook over diepe kennis van de leefwereld van de deelnemers.

Pilot

Voordat we de focusgroep hielden, deden we een korte pilot met familieleden die ook volleyballen, om kinderziektes in de kiem te smoren. 19.00 uur bleek een handig moment om vragen te stellen, na het eten en vaak voordat je iets gaat kijken op televisie. We hebben ook verschillende manieren van antwoorden, spraakopname en tekst, uitgetest. Een pilotdeelnemer gaf hierover het volgende aan:

‘Ik vond het beantwoorden met tekst fijner, zet je meer tot weloverwogen een antwoord te geven. Bij spraakopname reactie wat spontaner, ben al sprekend bezig met het ordenen van mijn gedachten.’

Deelnemers kregen in de focusgroep de keuze hoe ze wilden antwoorden maar we gebruikten tekst voor de vragen. De deelnemers aan de pilot gaven aan dat ze het leuk vonden om mee te doen en het kostte hun niet veel tijd en moeite om deel te nemen. De focusgroep met de volleybaldames verliep soepel en ze gaven uitgebreide antwoorden. Gebrek aan diepte van antwoorden kan soms een nadeel zijn van WhatsApp-focusgroepen (Chen & Neo, 2019). We hebben dit probleem deels voorkomen doordat de deelnemers ‘volleybalgek’ zijn. Verder vonden we dat alle deelnemers aan het woord kwamen, met enig doorvragen van de facilitator. Soms gaven ze zelf al aan het ergens mee eens te zijn, andere keren vroegen we hen ernaar. Net als in reguliere focusgroepen blijft de rol van de facilitator belangrijk.

Gebruik van emoticons

Enige spontaniteit ging wel verloren, dat is onvermijdelijk bij het gebruik van tekst en internet. Maar net als Chen en Neo (2019) kwamen we erachter dat het gebruik van emoticons een manier werd om non-verbale signalen, nuances en emoties in te brengen. Het meest sprekende voorbeeld hiervan is de volgende passage uit de focusgroep:

Respondent 1:

Reactie op: Ik denk zeker dat de saamhorigheid terug komt. Zo’n team is gewoon je clubje. Die wil je zien, het is gek als er ineens 2 weken vakantie tussen zit. Ik mis dan wel m’n teamies.

‘Wat lief Respondent 2 😊😊

Respondent 2:

Reactie op: Wat lief Respondent 2 😊😊

‘Haha

En als je dan speelsters uit een eerder team weer ziet denk ik ook aaaaaah

Wat zijn ze leuk haha’😘

Voor de interpretatie van de emoticons is bekendheid met de manier waarop emoticons door jouw doelgroep gebruikt worden, belangrijk. In de focusgroep zijn ook enkele negatieve emoties gedeeld, zoals de volgende:

Respondent 3:

‘Ik merk heel erg dat iedereen iedereen kent in [het dorp]. Soms tot het irritante aan toe. Ik moest daar best wel aan wennen toen ik bij [de vereniging] kwam volleyballen. Over de app of in de kantine werd dan vaak over mensen, evenementen etc. uit de omgeving gepraat waar ik helemaal niemand of niks van kende als buitenstaander haha. Gelukkig gaat het nu beter 👍.’

Of het zwart-witkarakter van het platform deelneemsters ervan weerhield om meer negatieve emoties te delen, is lastig te zeggen. Bovenstaand voorbeeld laat zien dat het platform de deelneemsters er in ieder geval niet van weerhield. Omdat wij deelnemers hebben geselecteerd die op elkaar lijken en die wekelijks samenkomen, was er minder kans op conflict dan in focusgroepen waarin deelnemers juist worden geselecteerd om verschillen van mening te uiten.

Wanneer is een WhatsApp-focusgroep een goede optie?

In ons geval was WhatsApp een goed alternatief omdat onze deelnemers elkaar kennen en bekend waren met de platform. Qua ethische aspecten hebben app-groepen voordelen en nadelen. Een groot nadeel is dat anonimiteit onmogelijk is te waarborgen. Ook op een beter beveiligd platform dan WhatsApp kunnen deelnemers screenshots maken van elkaars antwoorden. In ons project was er geen sprake van gevoelige onderwerpen, zoals seksualiteit of uitsluiting. Onderzoek naar seksualiteit en HIV door Ybarra et al. (2014) laat overigens zien dat het online format toch de mogelijkheid biedt om jongeren laagdrempelig toegang tot informatie te geven. Verder kunnen app-groepen leiden naar en het doorbreken van isolatie. Soms kan een WhatsApp-focusgroep dus toch een goede optie zijn, ook als het gaat over gevoelige onderwerpen.

De drempel om deel te nemen is laag, wat belangrijk was in een stressvolle situatie zoals in ons geval: een pandemie. Een algemeen voordeel is dat de kosten laag zijn. Omdat de antwoorden al in tekstformaat staan, hoeft je deze niet te transcriberen. Terwijl je het risico loopt om diepte te verliezen, is er ook meer mogelijkheid om later door te vragen. Zoals in reguliere focusgroepen is het belangrijk om te zorgen dat iedereen aan het woord komt, wat soms lastiger kan zijn zonder het gebruik van non-verbale taal (Chen & Neo, 2019). Omdat de onderzoeker al bekend was met de groep en hun levenswereld, was het makkelijker om de vragen voor te leggen en de groepsdynamiek aan te voelen. Bij studies naar een voor de onderzoeker minder bekende wereld kan het gebrek aan groepsdynamiek een groter nadeel zijn. Dat moet dan worden gewogen tegen de voordelen van online app-groepen.

Literatuur

Chen, J., & Neo, P. (2019). Texting the waters: An assessment of focus groups conducted via the WhatsApp smartphone messaging application. Methodological Innovations, 12(3), 2059799119884276. Available at: https://journals.sagepub.com/doi/full/10.1177/2059799119884276

Lupton, D. (Ed.) (2020). Doing fieldwork in a pandemic (crowd-sourced document). Available at: https://docs.google.com/document/d/1clGjGABB2h2qbduTgfqribHmog9B6P0NvMgVuiHZCl8/edit?ts=5e88ae0a#

Ybarra, M.L., DuBois, L.Z., Parsons, J.T., Prescott, T.L., & Mustanski, B. (2014). Online focus groups as an HIV prevention program for gay, bisexual, and queer adolescent males. AIDS Education and Prevention, 26(6), 554-564. https://doi.org/10.1521/aeap.2014.26.6.554

Bio auteurs

Jurre Nawijn is bachelorstudent geografie, planologie en milieu aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en is gelicenseerd Nevobo VT-3 volleybaltrainer.

Hanna Carlsson promoveert aan de Radboud Universiteit in sociale geografie. Zij is oud-wedstrijdbokser een heeft gepubliceerd over het toepassen van auto-etnografie in de studie van gender, sport en ruimte.

Wil je reageren? Of ook een blog schrijven? Mail je idee naar Ilse van Liempt (i.c.vanliempt@uu.nl)